Login
www.deurvorst.info

DE FORFAITAIRE VERGOEDING BIJ INBREUK OP INTELLECTUELE EIGENDOMSRECHTEN

Inleiding

Bij inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kan de rechthebbende aanspraak maken op een forfaitaire vergoeding. Dit is een objectief vastgesteld geldbedrag als alternatief voor zijn aanspraak op concreet geleden schade (geleden winst en/of gederfde winst of toekomstige schade). Zie over dit laatste www.schadevergoeding.nu.

Doelstelling

De forfaitaire vergoeding geldt als alternatief voor de vergoeding van concreet geleden schade. De bedoeling is een eenvoudige manier van compensatie te bieden bij inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, zoals een octrooi, auteursrecht, merk, model, handelsnaam en kwekersrecht.

Voorwaarden voor toewijzing

Uit het feit dat de forfaitaire vergoeding bedoeld is als alternatief voor schadevergoeding kan de conclusie worden getrokken dat voor de toewijzing van een forfaitaire vergoeding bij inbreuk op intellectuele eigendomsrechten dezelfde voorwaarden gelden, te weten 1. Inbreuk is gepleegd; 2. Bestaan van (enige) schade is aannemelijk; 3. Causaal verband bestaat tussen inbreuk en schade; 4. Toerekenbaarheid (verwijtbaarheid) van de inbreukmaker is aanwezig. De aanspraakgerechtigde dient bovendien te behoren tot de (rechts)personen die de betreffende wet op het oog heeft. Veelal komen alleen de eigenaar/houder en de licentiehouder (niet de distributeur) in aanmerking.

De forfaitaire vergoeding komt alleen voor oplegging in aanmerking in gevallen waarin dat passend is. Vermoedelijk heeft de wetgever hierbij gedacht aan gevallen waarin de begroting van winstderving op bezwaren stuit terwijl het toch redelijk is een vergoeding toe te kennen voor het toegebrachte nadeel, het verlenen van licenties niet ongebruikelijk is en er voldoende vergelijkingsmateriaal voorhanden is om de vergoeding op eenvoudige wijze te begroten.

Vaststellen van de omvang van de forfaitaire vergoeding

De omvang van de forfaitaire vergoeding dient ten minste te bestaan uit de gebruiksvergoeding die partijen zouden zijn overeengekomen in het hypothetische geval dat toestemming zou zijn gevraagd om de gepleegde handelingen te mogen verrichten.
Deze hypothetische gebruiksvergoeding d.w.z. het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd zou zijn geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele eigendomsrecht te gebruiken – geldt daarbij als minimum. Als opslag kan een bedrag worden toegevoegd voor gemaakte kosten, zoals bijvoorbeeld die van opsporing en onderzoek.

Anders dan een vergoeding van daadwerkelijk geleden schade – waarbij de individuele omstandigheden van de benadeelde beslissend zijn – kan de forfaitaire vergoeding worden vastgesteld met behulp van geobjectiveerde richtlijnen die van belang zijn voor de begroting van de schade van een gemiddelde of doorsnee-benadeelde. Voordeel van deze sanctie is de relatieve eenvoud daarvan nu de individuele omstandigheden van de benadeelde kunnen worden weggedacht. Met bijvoorbeeld toerekening of matiging wegens geringe draagkracht van de aansprakelijke of na de inbreuk plotseling opgetreden economische omstandigheden, wordt geen rekening gehouden.

Voor de begroting van de forfaitaire vergoeding kunnen de volgende aanknopingspunten worden gebruikt:

  1. Vergoedingen die door de benadeelde als licentiegever zijn ontvangen van derden voor een vergelijkbare exploitatie,
  2. Vergoedingen  die door de aansprakelijke partij aan derden zijn betaald  voor een vergelijkbare exploitatie;
  3. De aard en omvang van de exploitatie door de inbreukmaker (hoe omvangrijker de exploitatie, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  4. De mate van exclusiviteit van het gebruikte recht (hoe groter de exclusiviteit, des te hoger de forfaitaire vergoeding)
  5. De verhouding tussen partijen (hoe groter de concurrentie tussen partijen, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  6. Het effect op andere werkzaamheden/activiteiten van de benadeelde (hoe groter de parallel afzet, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  7. De looptijd van het geëxploiteerde recht (onder omstandigheden kan een korte resterende looptijd – voor zover daarvan sprake is – van een recht van intellectuele eigendom een hoge waarde vertegenwoordigen);
  8. Het winstproducerend effect van het door de intellectuele eigendom beschermde voorwerp (hoe groter dit effect, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  9. Het extra rendement ten opzichte van de voorheen bestaande alternatieve (hoe groter dit extra rendement, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  10. De vraag of het gaat om een novum en de investeringen die de houder heeft gepleegd (hoe vernieuwender het door de intellectuele eigendom beschermde voorwerp en hoe hoger de investeringen daarin, des te hoger de forfaitaire vergoeding);
  11. Het gebruik dat reeds is gepleegd (de omvang van het reeds gepleegde gebruik kan van betekenis zijn voor het succes van het daarop gebaseerde recht van intellectuele eigendom)
  12. De verhouding tussen de winst die is terug te voeren op het geëxploiteerde recht van intellectuele eigendom ten opzichte van de winst die is terug te voeren op andere winstproducerende factoren zoals bijvoorbeeld marketing beleid, bedrijfsrisico’s en andere niet door intellectuele eigendom beschermde aspecten. (hoe groter deze verhouding, des te hoger de vergoeding)
  13. De mening van deskundigen over de hoogte van een redelijke vergoeding voor het gepleegde gebruik.

 

Denkbaar is dat de rechter de hypothetische vergoeding verhoogt met een opslagfactor in verband met bijvoorbeeld de ernst van de inbreuk of de ernst van het verwijt dat hem valt te maken (opzet of grove schuld).

Tot dusverre hebben we hier te lande weinig publieke informatie over de in de praktijk gehanteerde licentievergoedingen. Daardoor is de forfaitaire vergoeding nog weinig in zwang. Dit is te betreuren omdat rechthebbenden en inbreukmakers gebaat zijn bij een snelle afdoening.

In de Verenigde Staten is meer beschikbaar over gehanteerde royalty percentages. Echter zeer uiteenlopende percentages passeren de revue. Voor wat betreft technologie is het meest voorkomende royalty percentage 5 % van de bruto-omzet. Echter ook enorme uitschieters naar boven en beneden zijn te noemen. Voor wat betreft uit te geven werken worden percentages van maximaal 15% genoemd. In de entertainmentindustrie kan het royalty percentage het viervoudige daarvan bedragen.

Oproep aan bezoekers van deze webpagina

Op dit moment wordt daarom door mr. T.E. Deurvorst onderzoek gedaan naar gebruikelijke royalty percentages bij licentiëring van intellectuele eigendomsrechten. Een ieder die over gedocumenteerd gebruikelijke royalty percentages beschikt wordt van harte uitgenodigd deze per mail in te sturen aan 

kantoor(_AT_)deurvorst.info
 of per post aan mr. T.E. Deurvorst, Plantage Middenlaan 42A, 1018 DH Amsterdam. Uiteraard wordt alle informatie strikt vertrouwelijk behandeld en geanonimiseerd. Bij voorbaat hartelijk dank.